Er zijn van die sportverenigingen die meer zijn dan een club. Meer dan een
vriendenclub. Meer dan een shirt. Meer dan een uitslag. Meer dan een
wedstrijd. De Meeuwen, maar ook bijvoorbeeld team AV Loopie Loopie, de
altijd vol met pit zijnde TWR (duurloopteam op woensdag) of een bij elkaar
geraapt zootje vrienden die zich elk jaar uitslooft op een berg in Vlieland zijn
zulke groepen.
Een groep vrienden, kameraden, strijdmakkers, die gebroederlijk ten strijde
trekken langs verschillende wedstrijdjes in West-Friesland. Het is iets wat me
sowieso is opgevallen bij de sport hardlopen: Hoe vrienden elkaar weten te
vinden in dezelfde passie. Hoe die passie niet alleen leidt tot snellere benen,
maar ook tot het opnieuw tot leven wekken van oude wedstrijden, zoals het
Bosloopie van Schoorl, of in het geval van de meeuwen; het verzinnen van
nieuwe parels, zoals de Mosselloop.
Je ziet hoe mensen elkaar vinden in hetzelfde ritme, dezelfde drang om nog één
keer aan te zetten, nog één keer die laatste bocht door te komen. En
ondertussen ontstaan er verhalen. Avonturen. Mythes bijna. Want hoe anders
zou een vriendengroep ertoe komen om een hele marathon te rennen op zoek
naar het monster van Loch Ness? Hoe kom je erop om jezelf helemaal klem te
zuipen in een met Friezen gevulde kroeg op Vlieland en vervolgens een halve
marathon over strand, duin en hoogtemeters te bedwingen. Dat kan toch alleen
door vriendschap?
En eerlijk is eerlijk: Zonder dit soort fanatiekelingen zouden veel
hardloopwedstrijden simpelweg niet bestaan. Neem de Pannepadloop van
vandaag. Die zou er ten eerste niet zijn zonder de mensen die hem bedenken
en organiseren, maar dan is zo’n vriendenclub als de Meeuwen in het bijzonder
onmisbaar. Niet alleen omdat het direct een verdubbeling betekent van het
aantal deelnemers, maar vooral omdat Meeuwen ervoor zorgen dat een loop
geen gezapig loopje wordt, maar een evenement met ziel.
En juist daarom stonden er vandaag 35 vrienden aan de start van de
Pannepadloop. De voorbeschouwing op zaterdag was al een hoofdstuk op zich.
Jan Koning (Lollie) zette de toon de dag daarvoor met zijn uitgebreide analyse
vooraf: Alsof hij al wist dat dit geen gewone loop zou worden, maar een
veldslag. Het inlopen begon (of werd abrupt gestopt) met een langdurige inspectie van het blubberparcours. Iets wat leidde tot een laatste tactische
schoenwissel vlak voor de start. Het paste perfect bij de omstandigheden: Hier
werd niet gelopen op gevoel; hier werd oorlog gevoerd.
Wat volgde was een parcours dat je gerust verschrikkelijk mocht noemen. Een
trekkerpad dat op sommige stukken volledig onder water stond. Een stuk door
het gras van de weilanden bij Lambertschaag, waar elke stap een gok was en
elke afzet een onderhandeling met de zwaartekracht. En dan dat einde, waar
mede-organisator Maarten Worp al voor had gewaarschuwd: Ploeteren door
omgeploegde drek en bagger langs de slootkant. Menig Meeuw ging daar
onderuit, met als gevolg een beste smakkerd of een nat pak. Na afloop stonden
er dan ook volledig bruin en zwartgekleurde, daardoor onherkenbaar geworden
gele meeuwenpakjes langs de kant alsof ze uit een andere wereld kwamen
teruggekeerd.
Binnen die modderige chaos werd onderling fel gestreden. Het niveau bij de
Meeuwen was indrukwekkend. Zowel bij de heren als bij de dames werd op
hoog niveau gestreden en vielen bijna alle prijzen in de handen van een
Meeuw. De strijd tussen Bouke Bouma en Robert de Boer was stevig en zonder
cadeaus. Op Strava was het, zowel voor, tijdens als na, spannend tussen Johan
Smit en Remco Kes, al was Steven Kwakman degene die daar uiteindelijk als
winnaar uit kwam. Michiel Oussoren besloot tactisch om deze wedstrijd maar
alvast af te strepen. Simon ‘Krooz’ leverde een fabelachtige eindsprint af, alsof
hij zijn achternaam bij inschrijving voor deze wedstrijd expres had veranderd
omdat het zo’n blubberwedstrijd is, en bleef zo Klaas Ettema nog nipt voor. Erik
Tol meldde zich in zijn vertrouwde zone rond plek 15, en dat bleek dit jaar,
ouderdom of niet, weer nauwelijks anders. Kim Kes pakte haar tweede
Meeuwenzege van dit seizoen. En dan was er nog Meeuw debutant Quinten
Vermeulen, die bij de kermisloop door het weggeven van zijn startnummer
pardoes vierde werd, maar nu in een venijnige strijd verwikkeld raakte met zijn
vriendin en tevens kersvers Meeuw Lotte Koning. Op elk plekje van de ladder
wordt bij de Meeuwen tot het uiterste gegaan. Zelfs tot Jan Dorland aan toe, de
altijd goedlachse schoonvader van de schrijver van de voorbeschouwing, die
ook nu weer met eer uit de strijd kwam.
Een apart woord van waardering voor Joost Zaunbrecher. Die liep niet alleen
keihard mee aan het front (naar een mooie derde plek), maar hield
tegelijkertijd de uitslag bij in een zeer goed leesbaar dokters handschrift. Een
indrukwekkende dubbelrol. Mooie rustweek gewenst aan alle Meeuwen. Over twee weken gaan we weer
verder met de Egboetsloop in Hauwert. En voor oppermeeuw Theo Mossel: Van
harte beterschap en goed herstel.
Lang leve de vriendschap.
Lang leve het hardlopen.
Én lang leve de Meeuwen!
Link:
/images/Admin.
Er zijn nog geen reacties.