Voordat ik mijn waarnemingen over de meeuwenloop van vanmorgen uiteenzet eerst een korte
inleiding van mijn kant:
Al jaren hoor ik verhalen over hardlopen, achter een haas aanlopen, in een groep lopen enz. Ik vroeg
mij altijd af, wat deze mensen toch bezielt. Lopen is toch lopen, hardlopen is iets harder dan lopen.
Simpel zou je zeggen. Niets blijkt minder waar. Ik heb in het verleden weleens hardgelopen maar
altijd alleen. Wij noemden het sjoggen, het zat tussen joggen en sjokken in. Ik werd nog net niet
aangehouden. Na een lange tijd niet meer te hebben gesport, ben ik anderhalf jaar geleden lid
geworden van de atletiek. Na iedere training ging het iets meer op hardlopen lijken.
Toen dan ook het jaar daarop het moment was aangebroken om je deelname aan de meeuwen bij
Jan Vlak op te geven, kon ik niet anders dan mijzelf aanmelden. Met zwager Henk, echtgenoot Ed,
zus Angela, zus Mariska, neef Jaap de Bok en nicht Caroline zou dit een familie-uitje worden.
(Meeuwen wees niet beledigd, inmiddels beschouw ik jullie als 2e
familie). Uiteraard moest ik
eerst door de selectie van Jan en Jetty komen. Er werd mij bij het passen van een shirt dus ook wel
eerst gevraagd wat mijn tijd was. Tja, ik zag er natuurlijk niet uit als een hardloper. Zij zagen zichzelf
al anderhalf uur wachten in de kou. Maar ik kon geruststellend antwoorden dat ik gelijk liep met
Angela, Marga en Jan Melk. Jan wist niet dat ik de tien kilometer op dat moment nog niet eens zou
redden. Ik riep gewoon mijn beste tijd ooit.
Toen het moment van de eerste wedstrijd van de meeuwencompetitie in het zicht kwam, werd ik
toch wel zenuwachtig. Kon ik de tien kilometer al wel halen? Zoveel geoefend had ik niet, want de AV
had meer leuke sporten. De kermisloop was dan ook een goed meetmoment. Nou dat was afzien. De
tien kilometer werd gehaald, maar vraag niet hoe.